Zzp’en vanuit huis

Veel zzp’ers zijn thuisondernemers: ze hebben een slaapkamer of de zolder als kantoor ingericht, werken aan de keukentafel of werken in de garage. Dat heeft de nodige voordelen: het is goedkoop, u springt zo onder de douche uit op uw bureaustoel en u kunt tijdens het werken uw kroost in de gaten houden.


Nadelen zijn er ook legio: u wordt in uw vrije tijd geconfronteerd met bergen onaf werk en tijdens uw werk met bergen vuile was, uw kroost begint nét te huilen tijdens dat belangrijke zakelijke telefoongesprek en de buurvrouw komt gezellig kletsen terwijl uw deadline steeds dichterbij komt.

Goedkoop is duurkoop

Een ander nadeel is dat goedkoop vaak duurkoop blijkt. U hoeft dan wel geen extra huur te betalen, maar in de meeste gevallen zijn de kosten voor gebruik en inrichting van uw kantoor aan huis niet aftrekbaar. U kunt daarom wel uw laptop, printer en andere apparatuur (met software) afschrijven, maar niet uw bureaustoel, bureau en archiefkast. En ook niet de elektriciteit en verwarmingskosten. Dat tikt wel aan, want waar anderen dagelijks van 9 tot 5 van huis zijn, zit u de hele dag te stoken. Die kosten zijn wél aftrekbaar bij een gehuurde werkruimte elders.

Fiscale regels

Er heerst veel onduidelijkheid over de belasting aftrekbaarheid van het kantoor aan huis. De eisen die de Belastingdienst zelf aangeeft, verschillen nogal van wat rechters ervan vinden. Eerst maar eens de regels van de fiscus zelf. Uw woning moet aan de volgende eisen voldoen:

Uw woning moet aan de volgende eisen voldoen:

  • De werkruimte moet splitsbaar zijn van het woongedeelte. Het moet daarom een eigen opgang en sanitair hebben. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een woonwinkelpand met afzonderlijke ingangen voor de winkel en de woning.
  • U moet een substantieel deel van uw inkomsten in de werkruimte verdienen. Dat is minimaal 30% als dit uw enige werkruimte is, en minimaal 70% als u ergens anders ook een werkruimte heeft (bijvoorbeeld in een bedrijvenverzamelcentrum).

Als u uw woning splitst gebruik maakt, verhuurt u in feite een deel van het pand aan uw bedrijf. Daarom mag u maximaal 4% van de waarde van de werkruimte aftrekken plus een evenredig deel van de kosten die  een normale huurder ook zou moeten betalen, zoals energie, schoonmaak en verzekering. Gaat het om een huurwoning, dan kunt u de aftrek berekenen aan de hand van het vloeroppervlak.

Heeft u een eigen woning, dan zijn de regels iets soepeler. U heeft dan de volgende opties:

  • De woning is bouwkundig gesplitst: u moet het deel dat u als werkruimte gebruikt tot uw ondernemingsvermogen rekenen.
  • De woning is niet bouwkundig splitsbaar: hier is sprake van keuzevermogen. U kunt kiezen of u het pand tot het ondernemingsvermogen rekent, of het hele pand privébezit is of dat u het pand administratief splitst in een privégedeelte en een zakelijk gedeelte. Wanneer het privégebruik of het zakelijk gebruik sterk overheerst, heeft u niets te kiezen en moet u het hele pand respectievelijk privé of zakelijk behandelen.

U kan deze keuze niet te allen tijde maken, u moet deze namelijk aangeven op de jaarstukken bij de eerste aangifte inkomstenbelasting sinds u ondernemer bent. Dat is dus uiterlijk op 1 april in het jaar nadat u begonnen bent.

De realiteit

Tot zover de regeltjes zoals de Belastingdienst die stelt. De realiteit is echter weerbarstiger, en dat is goed nieuws voor u als ondernemer en slecht nieuws voor de fiscus. Al in 2007 oordeelde een rechter in Den Bosch dat huurders en huiseigenaren gelijk behandeld moeten worden. De toenmalige staatssecretaris ging daartegen in cassatie, maar dat beroep werd ongegrond verklaard in juni 2009. Sindsdien zijn de eerste successen geboekt. Zo oordeelde de rechtbank in Arnhem in 2010, dat een onderneemster de twee onzelfstandige werkkamers in haar huurwoning mocht aftrekken. Samen vormden deze kamers 25% van de hele woonruimte, en de rechter vond dat gebruik substantieel genoeg om deze tot keuzevermogen te mogen benoemen, ook al was het geen koopwoning. De onderneemster in kwestie koos ervoor het hele pand als ondernemingsvermogen te beschouwen en daar het privégebruik bij op te tellen. Zo verhoogde ze de belastingaftrek met duizenden euro’s.

Uit deze rechtszaak kunt u afleiden, dat wanneer u 25% of meer van uw huurwoning zakelijk gebruikt, u die woning als keuzevermogen kan beschouwen: u mag zelf kiezen of het om privé-, zakelijk- of gesplitst bezit gaat. Het is echter de vraag of de gemiddelde belastinginspecteur hier ook zo over denkt, die zijn niet zo happig op het uitdelen van belastingaftrek. Mocht het tot onenigheid met de fiscus komen, dan staat u sterk in uw schoenen met bovengenoemde rechtsuitspraak met in uw achterzak.